Gerafelde grenzen -3

4 manieren om je grenzen aan te geven

Het is in onze praktijk een veel voorkomend verschijnsel – dat mensen grenzen aangeven lastig vinden. Daarmee is het thema een gangbare coachvraag en dat motiveert me vandaag dit artikel met jullie te delen. Mijn intentie is om vier manieren te beschrijven waaraan je kunt (h)erkennen dat een grens geraakt wordt én ik geef je graag een aantal praktische tips om te oefenen met grenzen aangeven.

Om de definitie helder te krijgen is het helpend dat we afspreken dat ‘over grenzen gaan’ betekent dat je iets doet of toelaat wat je liever niet wilt. Daarmee betekent ‘grenzen aangeven’ dat je bovenstaande voor bent, bewaakt wat je zelf wilt én daar ook naar handelt.

Om op dat laatste in te haken: ik worstelde bij het schrijven van dit artikel met het fenomeen van insluiting- en uitsluiting. Ik realiseer me namelijk heel goed dat er grenzen kunnen worden overschreden door (seksueel) geweld, fysieke en/of emotionele mishandeling en andere heftige imprints. Daarbij realiseer ik me ten diepste dat de praktische tips in dit artikel geen recht doen aan de diepe wonden die door deze imprints kunnen ontstaan. Omdat bij deze grens-casuïstiek in mijn ervaring dieperliggend onderzoek nodig is dan een aantal ‘simpele’ tips richt ik daar in dit artikel de aandacht niet op. Dat is een bewuste keuze én het wilde wel benoemd worden.

Waar ik ook niet te diep op in ga is de reden van moeite hebben met grenzen aangeven. De oorsprong, zo gezegd. Dit kan op allerlei (systemische) manieren ontstaan en is te veelzijdig om hier te bespreken.

Goed, daar gaan we.

 

Wat is een grens? 

Goeie vraag. Volgens van Dale is het een denkbeeldige, scheidende lijn. We hebben een interne en een externe grens. Grenzen gaan over de dynamiek, of polariteit, zo je wilt, van samen en apart. Met andere woorden gaat het over hoe blijf je bij jezelf en hoe verhoud je je tot de ander. Het gaat óók over de emotie van boos, want boosheid geeft namelijk een grens aan. Als ik het het zinnetje: ‘ik wil dit niet’ opmerk van binnen, dan weet ik dat er een grens is geraakt. ‘Ik wil dit niet’ betekent ‘nee’. Daarmee is ‘nee’ dus ook een grens. En soms is nee zeggen lastig.

 

Interne & externe grens 

De interne grens gaat over voeding en aandacht. Als baby wordt deze grens bijvoorbeeld ervaren als een volle maag. Later in het leven halen we voeding uit ervaringen die gedeeld worden met de ander. We delen bijvoorbeeld vreugde of verdriet. De interne grens gaat ook over jouw essentie. Het gaat over de existentiële ervaring van ‘ik ben’ van binnenuit. Op de binnengrens ga je langs ervaringen van gescheidenheid. Of je gaat langs ervaringen van verbondenheid. Op de binnengrens kun je voelen dat jouw lijf van jou is: jouw binnenste en de eigen essentie.

Onze eerste ervaringen met de externe grens zijn er al op jonge leeftijd, door huid-op-huid contact. Daarmee wordt de externe grens ontwikkeld vanuit de fysieke aanraking. De huid kan dan ook ervaren worden als een externe grens. Dit gaat over contact maken en aandacht. Al jong ontdekken we onze externe grens. We stoeien en knuffelen, raken de ander aan en de ander ons. Daarin ervaren we wat we prettig vinden en ook wanneer we de aanraking als onprettig ervaren. Zo leren we onze ruimte te nemen. En ons van de ander te scheiden als dat nodig is. We ontwikkelen op de externe grens ons Ego en mechanismen in contact met de ander.

Een andere manier om de externe grens te benaderen is door het te zien als een auraveld, of een energetisch lichaam. Voor mensen met een driedimensionale waarneming is dit vaak niet zichtbaar. Het is echter wél voelbaar. In deze tijd hoor ik mensen dan ook regelmatig zeggen dat ze wel goed gaan op de maatregelen van de anderhalve meter, omdat mensen minder ‘in hun aura’ komen. En daarmee dus minder een energetische grens over gaan. Denk aan de rij voor de kassa in de supermarkt en iemand staat nèt te dichtbij. Vervelend en best indringend, als je het mij vraagt.

 

Nee zeggen

Nee zeggen tegen iets of iemand is ja zeggen tegen iets of iemand anders. En soms is dat tegen jezelf. Toch is nee zeggen vaak niet makkelijk. Zeker niet als je iemand bent die gewend is het andere mensen naar de zin te maken, te pleasen en dus vaak ja te antwoorden op verzoeken van vrienden, familie, of collega’s. Het kan goed zijn dat je hierdoor regelmatig je grenzen over gaat en je daar verdrietig en moe van wordt. Of dat je er stress van krijgt. Het kan om die reden bijzonder bevrijdend zijn een volle nee te geven, zeker in het geval van grenzen aangeven. Voorheen vond ik dat doodeng om te doen. Ik was een pleaser en zorgde er het liefst voor dat anderen het naar hun zin hadden. Ongelofelijk vermoeiend, want het kost bergen energie om steeds op de ander gericht te zijn. Inmiddels word ik door mensen gecomplimenteerd dat ik een volle nee kan geven.

 

Een ‘volle’ nee

Om een voorbeeld te geven: tijdens de maandelijkse cyclus zijn er momenten dat ik alles en iedereen wel wat aan kan doen (voor de kenners: het zogenaamde PMS-fenomeen). Op die dagen is het voor mij niet prettig om met mensen af te spreken. Inmiddels beweeg ik met mijn cyclus mee en weet ik dat ik in de dagen voor de menstruatie geen behoefte heb aan intensief contact. Innerlijk voel ik een ‘dit is niet wat ik nu nodig heb’ en dat koppel ik ook terug aan de ander. Dan trek ik mij terug en wil ik alleen zijn. Mijn ervaring is dat dit voor mensen heel helder is. Bovendien zorgt deze ruimte voor vrijheid in de relatie, want de andere kant op vind ik het ook geen probleem als iemand anders een keer aangeeft liever een ander moment af te spreken. Wanneer je begint met oefenen in een volle nee geven – en daarmee begrenzen – kan dit ongemakkelijk voelen. Dat is logisch, want je doet het immers anders dan je het voorheen deed. Het goede nieuws is dat oefening kunst baart.

Overigens bedoel ik met een volle nee dat je duidelijk aangeeft wat je nodig hebt en dat je op een heldere manier een verzoek afwijst. Dus zonder – om een voorbeeld te noemen – het woord ‘eigenlijk’ te gebruiken. Helder?

 

Boos 

De emotie van boos is een prachtige graadmeter om van binnen een grens te voelen. Zoals je wellicht weet zijn er vier basisemoties: blij, boos, bang en bedroefd. De emotie boos is een hier en nu emotie die duidt dat er een grens wordt geraakt. Of een grens wordt over gegaan, wellicht. Vaak is boosheid – of de overtreffende trap: woede – een emotie die in de schaduw is terecht gekomen. Omdat er een overtuiging is dat het niet ‘netjes’ is deze energie naar buiten toe te tonen. Onderdrukte woede kan zorgen voor een explosie, als het zich te veel opstapelt. In mijn ogen is het dan ook gezond boosheid de ruimte te geven en daarmee te gebruiken bij grenzen aangeven.

Toch kan woede ook ‘acting out’ worden. Ik heb dat zelf ervaren toen ik vorig jaar deelnam aan een Masterclass en het idee had woedend te zijn om een ervaring van ooit. Toen ik hier eenmaal mee ging werken en in een opstelling stond, kon ik voelen dat er onder die ogenschijnlijke woede een diep verdriet zat. Op dat moment leerde ik dat gezonde woede vraagt om plek. In dit geval mijn plek als dochter in het gezin waar ik uit voortkom.

 

Verbindende Communicatie 

Oké. Van de volgende tool HOU ik.

Echt.

In het geval van grenzen aangeven  is het slim om dicht bij jezelf te blijven. Je kunt dit heel mooi en zuiver doen door de techniek van ‘verbindende communicatie’ toe te passen. Of geweldloze communicatie, zo wordt het ook wel genoemd. Je hoeft mensen door het gebruik van deze tool niet op een lullige manier af te wijzen of het idee te hebben dat je iemand teleurstelt. Wanneer je onderstaande stappen volgt in een nee geven, geef je op een schone manier jouw grens aan.

1.     Zintuiglijke waarneming 

(Ik zie, ik hoor, ik voel)

Hier geef je duidelijk weer wat je de ander hoort zeggen, ziet doen of wat je aanvoelt in het contact of in de ontmoeting. Dit is een extern gerichte waarneming.

Ik zie in je appje dat je zin hebt in onze afspraak van vandaag.

Of: Ik hoor je zeggen dat je deze taak aan mij wilt overdragen.

2.     Gevoel uitspreken

(Ik voel me..)

Hier voel je van binnen wat de externe waarneming met jou doet. Dit kun je teruggeven aan de ander.

Ik voel me vandaag niet lekker omdat ik ongesteld moet worden.

Ik voel wat boosheid omdat je dit niet met me overlegd hebt en ik geen ruimte heb dit op korte termijn van je over te nemen.

3.     Behoefte 

(Mijn behoefte is, ik heb behoefte aan)

In deze stap merk je intern op wat jouw behoefte is en geef je dit vervolgens op een heldere manier terug aan de ander.

Ik heb vandaag ruimte voor mezelf nodig.

Ik wil eerst mijn andere werk afmaken voordat ik iets nieuws oppak.

4.     Verzoek 

(Ben je bereid om, wil je…)

In deze stap doe je een verzoek aan de ander, die je bij voorkeur start met ‘ben je bereid om..?’

Ben je bereid om hier samen een oplossing voor te zoeken?

Zou je samen met mij willen kijken naar een nieuwe mogelijkheid?

 

Aarding

Er zijn mensen die het begrip aarden zweverig vinden. Ik ben het daar niet mee eens, omdat er in mijn ogen niets meer down-to-earth is dan geaard zijn. Als het gaat om grenzen aangeven dan is aarden zeer dienend en gaat daarmee juist over aanwezigheid in het moment. Aarden gaat daarmee ook over helemaal in je lijf aanwezig zijn. Over belichamen dus. Je kunt je grenzen niet voelen als je lijf niet bewoond is.

Ik heb ooit – toen ik nog vól in de verslaving zat, na een aantal weken in gebruik te zijn geweest – op een herfstige dag een tocht gemaakt naar Zandvoort. Van een dierbare kreeg ik namelijk de tip om daar op het strand een zandkasteel te bouwen zodat ik weer op de grond kon landen. Ik zweefde overal en nergens rond. Verdoofd. Bovendien zat ik ontzettend in mijn hoofd. Mijn interne of externe grens kon ik niet meer voelen.

Die ochtend in Zandvoort – het zand onder mijn voeten, door mijn vingers, het koele water van de zee die de golven over mijn voeten deed rollen – landde ik weer in mijn lijf. Heerlijk. Ik raad iedereen aan die moeite heeft met het bewaken van grenzen en veel in zijn of haar hoofd zit te oefenen met aarden. Je kunt dit doen door met blote voeten buiten te lopen over een grasveld. Je kunt het doen door in de tuin te werken en met je blote handen in de grond te wroeten. Of door op het strand in de zee te zwemmen of een zandkasteel te bouwen. Werken met de elementen van de natuur is bijzonder dienend. Wat ook werkt is een massage nemen.

 

Oefenen?

Wil je oefenen met aarden en belichaming?

De eerste stap in deze oefening is dat je gaat staan – bij voorkeur op je blote voeten.

Zorg vervolgens dat je ruimte om je heen hebt. En zorg misschien dat je alleen bent, mocht dit fijne ‘lichaamswerk’ uit je comfortzone zijn.

Draai vervolgens dit nummer (je vindt hem hier op YouTube).

Sluit je ogen. Volg je lijf. Het ritme – jouw ritme. Beweeg. Voel. Adem. Zucht. Schud.

En vooral: glimlach 😁

 

Tot slot

Ik schreef eerder in dit artikel al dat oefening kunst baart. Iedere dag bewust een klein beetje oefenen heeft een groter effect dan groots en meeslepende veranderingen of alles in een keer willen doen. Dus: a little goes a long way. Het helpt om mild te zijn naar jezelf als je start met je grenzen aangeven én het is dienend om er zo nu en dan op te reflecteren.

Wil jij een dag onderzoeken in jezelf en aandacht geven aan het werken met jouw grens? Wil je ontdekken wat jouw geschiedenis met dit thema te maken heeft en wil je het hier en nu anders leren doen? Je bent heel welkom bij Persoonlijk Meesterschap op zaterdag 18 september.

 

Bronnen: 

Passe-Partout van Phoenix Opleidingen

De Vitaliteit Revolutie van Bas Snippert en Daniel Krikke

Mijn Eigen Leven – het beste boek om uit te leren 🙃

Saskia de Boer

Eigenzinnig expert in persoonlijke groei

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Winkelwagen
0 Shares
Share
Share
Tweet
WhatsApp
Email