Doe Normaal 3-2

Over normaal doen en wat dat dan is

Deze blog gaat over normaal doen en over de betekenis daarvan. Zonder in een semantische discussie te willen belanden of er een al te filosofisch geheel van te maken, want dan schiet het zijn doel voorbij. Het is geïnspireerd op een sessie die ik had met een cliënt, waarbij ze me over haar geschiedenis vertelde en over haar gezinsleven op dit moment. Ze vertelde me dat ze als alleenstaande moeder haar huishouden, werk en de rest van haar leven zo ‘normaal mogelijk’ probeert te runnen, terwijl ze niet goed weet wat normaal is.

Ze vertelde dat ze dit niet heeft geleerd in het nest waarin ze opgroeide, want daar werd aan andere dingen aandacht geschonken. Nu is de vraag: wat is normaal überhaupt? Feitelijk is het een woord dat in de Nederlandse taal vaak wordt gebruikt. Het duidt een middelmaat aan, want het is niet groot en niet klein. Het woord wordt ook regelmatig uitgesproken (“doe normaal!”) naar een ander als we vinden dat buitenproportioneel gedrag wordt vertoond. Of we zeggen het in spreekwoordelijke context, om onze oer-Hollandse aard te typeren. Want als je gewoon doet, of dus normaal, dan doe je toch al gek genoeg?

 

De kaart is niet het gebied

Ik merkte dat de worsteling van mijn klant mij raakte, want het kost veel energie om steeds bezig te zijn met wat normaal is of wat anderen normaal vinden. Ieder mens heeft nu eenmaal zijn of haar eigen beeld van de wereld, wat bepaald wordt door zintuigelijke waarnemingen. We nemen de wereld waar en gooien er vervolgens ons eigen filter overheen, gebaseerd op cultuur, taal, ervaringen, overtuigingen, waarden en vooronderstellingen. Kaarten zijn bijzonder bruikbaar als je een bepaald gebied wilt verkennen. Je verkent een gebied door er dingen in op te merken die voor jou belangrijk zijn. Als ik door het gebied loop dat jij net verkend hebt vallen mij hele andere dingen op, omdat mijn filters anders zijn. De kaart is dus niet het gebied, waarmee het lastig is een discussie over dit gebied in termen van goed of fout te bekijken. Of in termen van ‘normaal.’

 

Gezin van herkomst

Wij komen allemaal uit een nest: ons familiesysteem. Wij bewegen in dit systeem en nemen daar zowel bewust als onbewust regels en wetten uit over. Ik heb uit mijn gezin van herkomst een aantal regels meegekregen die ik ‘normaal’ vind. Zo eten wij zonder uitzondering aan tafel, bespreken we aan tafel hoe de dag was, eet je wat de pot schaft, doe je je best, maak je je eigen keuzes, ruim je je zooi op, hebben we het liever niet over pijnlijke dingen en dop je je eigen boontjes. We worden boos als we onze zin niet krijgen (komt van mijn vader) en kunnen ook non-verbaal heel goed duidelijk maken dat we het er niet mee eens zijn (komt van mijn moeder). We vinden het fijn als er een beetje vaart in de dingen zit en als we kunnen opschieten, want het duurt allemaal al snel te lang (vader, moeder en broertje). Oh, en we houden heel veel van spelletjes doen waarbij meedoen niet heel belangrijk is – winnen wel (mijn vader). Dit is bij familie de Boer & Kuipers ‘normaal’ en hoe ik het nu opschrijf is hoe ík het waarneem. Als je het mijn ouders zou vragen zullen ze er nuances in aanbrengen, want ook hier is de kaart niet het gebied. Nu kom ik regelmatig in andere nesten waarbij bovenstaande niet ‘normaal’ is. Daar slingert alles door het huis, ligt de trap vol met stapels wasgoed, wordt het avondmaal op de bank genuttigd met de televisie aan, bepalen de kinderen wat er op het menu staat, staat er rustig vuile vaat op het aanrecht en worden de dingen in een heel relaxed tempo gedaan. En dan vraag ik me af: wat is nu ‘normaal’?

 

Oordelen

Vaak vinden mensen wel iets van andere mensen. Of ze vinden iets van hoe deze mensen het doen. Het is makkelijk en snel gepiept, eventjes ergens een oordeel over vellen. Iets is binnen een splitsecond goed en iets is net zo snel hartstikke fout. Dit valt me echt op sinds ik in juli 2016 tijdens mijn eerste stilte retraite eindelijk het boek ‘De Kracht van het Nu’ van Eckhart Tolle las. Ik had dit boek al sinds 2010 in de kast staan en steeds als ik me voornam erin te lezen en een paar alinea’s verder was, voelde ik een enorme weerstand opkomen, kreeg ik braakneigingen en kon ik niet anders dan het boek weer in de kast mikken. Dat vond ik jammer want ik had een groot verlangen meer in het moment te leven, aangezien mijn denk-kermis me behoorlijk onrustig maakte.

Maar goed, voor alles is een tijd en zo verslond ik tijdens die retraite-midweek Tolles boek. Kwartjes vielen in rap tempo en terwijl ik door de bossen van Epse liep voor mijn middagwandeling viel me op hoeveel ik aan het oordelen was. In de eerste plaats over mezelf. Ik oordeelde over mijn yogaposes want ik vond mezelf niet lenig genoeg, over de manier waarop ik uit bed stapte, over het feit dat het me niet lukte om van de sigaretten af te blijven want ik moest en zou tijdens die week stoppen met roken, over mijn uiterlijk, over mijn onrust en over het feit dat ik zo aan het oordelen was.

 

De ander

En ik oordeelde over de ander. Het was een stilte retraite dus onder de deelnemers werd niet gesproken, maar man o man. Ik had een oordeel over de manier waarop de andere deelneemsters de pannen afdroogden. Ik had een oordeel over de manier waarop ze hun yogamatjes uitrolden. En weer oprolden. En ik had een oordeel over de manier waarop ze hun koffiekopjes lieten staan en niet afwasten. Of over de manier waarop ze hun slippers voor de ingang van de deur hadden gezet. Gek werd ik ervan. Én ik vond het ergens ook bijzonder lachwekkend. Wat een tragiek. Daarnaast had ik daar dus een heel groot oordeel over, dat ik daar allemaal ‘wel wat van vond’. Sindsdien ben ik me heel bewust dat dit oordeel ‘van mij’ is. Ik was met de ander bezig zodat ik niet met mezelf bezig hoefde te zijn.

Kortom: wij mensen projecteren eigenlijk steeds onze eigen kaarten, onze geschiedenis en de wetten en dynamieken die we uit ons nest van herkomst hebben meegekregen op andere mensen. We vergelijken en koppelen daar vervolgens een ‘goed’ of ‘fout’ label aan. We hebben al snel ons oordeel over de ander én over onszelf klaar. Althans, ik wel. En het levert me, vaker dan me lief is, frustratie op. Want ik kán niet van de ander verwachten dat hij of zij denkt en doet zoals ik het zou doen. Of vind ‘dat het heurt’.

 

Wat is de betekenis van ‘normaal’ voor jou? Hoe vaak ben je je bewust van jouw oordeel naar jezelf? En je oordeel naar de ander? Wat was ‘normaal’ in jouw gezin van herkomst? Hoe doe je dat nu nog steeds? Of hoe heb je er bewust voor gekozen dat anders te doen? 

 

Wil je meer ontdekken over jouw patronen, over de rol van boodschappen van je ouders en over jouw familiesysteem? Wil je ontdekken welke sub-persoonlijkheden zorgen voor het feit dat je vaak oordeelt? Kom naar Persoonlijk Meesterschap op 11 december! 

Saskia de Boer

Eigenzinnig expert in persoonlijke groei

2 reacties op “Over normaal doen en wat dat dan is”

  1. Fijne column. Mooi om weer even geconfronteerd te worden met het fenomeen oordelen. Hoe fijn om het niet te doen, dat scheelt een bak energie. Wel enorm lastig om het “niet oordelen” eigen te maken en te houden, het is blijkbaar ook wel lekker om ergens iets van te vinden.

    1. Saskia de Boer

      Mooi dat je het een fijne blog vindt, Ron. En inderdaad – niet oordelen scheelt een bak energie. Fijn om mee te oefenen 🙂

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Winkelwagen
0 Shares
Share
Share
Tweet
WhatsApp
Email